Helmredressie therapie bij zuigelingen met een voorkeurshouding

Vorige Artikel 12 van 25 Volgende

De afgelopen periode is er een groot onderzoek geweest over de effecten van helmredressie therapie bij zuigelingen met een voorkeurshouding. Gelukkig blijft de rol van de kinderfysiotherapeut hier van groot belang. Ook de kinderfysiotherapeuten van Hennekes kinderfysiotherapie behandelen kinderen met voorkeurshoudingen en afplattingen. Tevens beschikken zij over het meetinstrument om de afplatting op te meten.

Baby's met een schedelvervorming hebben geen baat bij het dragen van een redressiehelm. In Nederland dragen jaarlijks zo'n tweeduizend baby's maandenlang een helm om hun afgeplatte schedel te corrigeren tijdens de groei, terwijl voor de effectiviteit ervan geen bewijs bestaat. Promovenda Renske van Wijk, verbonden aan de Universiteit Twente, vergeleek twee groepen baby’s met een schedelvervorming, waarbij 42 kinderen een helm kregen en 42 kinderen niet. Uit haar zgn. HEADS studie, gepubliceerd in het British Medical Journal <http://www.bmj.com/content/348/bmj.g2741> (1,2), blijkt dat de veranderingen van de schedelvorm in beide groepen gelijk waren. ‘Bovendien was op de leeftijd van twee jaar bij slechts een kwart van de kinderen volledig herstel opgetreden’ zegt de onderzoekster. De behandeling blijkt dus niet effectief, kost veel en leidt tot bijwerkingen. Het onderzoek is uitgevoerd door de vakgroep Health Technology and Services Research van het Institute for Innovation and Governance Studies van de Universiteit Twente in samenwerking met onderzoekers van TNO en Radboudumc. Financiering vond plaats door ZonMw.

Vanwege deze wetenschappelijke uitkomsten zal het accent van de aanpak van voorkeurshouding en (beginnende) schedelvervorming bij baby’s nog meer komen te liggen op de preventieve adviezen van de kraamzorg en JGZ en vroegtijdige opsporing, eventueel gevolgd door tijdige verwijzing naar de kinderfysiotherapeut (1).

Kinderfysiotherapie is de enige bewezen, effectieve conservatieve  behandelingsvorm bij zuigelingenasymmetrie, waarbij de kinderfysiotherapeut het beloop van de schedelvervorming monitort door middel van plagiocephalometrie (PCM) (3) Terwijl asymmetrie in houding en beweging het aangrijpingspunt is voor de kinderfysiotherapeutische behandeling, is het voorkomen en verminderen van de schedelafplatting een belangrijke uitkomstmaat; dit is tevens vaak de hulpvraag van ouders.  PCM bepaalt daardoor mede de intensiteit van de kinderfysiotherapeutische behandeling. Het is tevens een middel om ouders uitleg te geven, de voortgang van behandeling inzichtelijk te maken en de ouders daarmee gerust te kunnen stellen over het te verwachten beloop van de schedelvorm van hun baby.

PCM is een betrouwbaar en valide meetinstrument om schedelvorm vast te stellen en veranderingen in de tijd te evalueren. PCM is niet primair ontwikkeld om helmtherapie al dan niet te overwegen te indiceren. Die mogelijkheid is er later bij gekomen. Helmredressietherapie wordt naar aanleiding van de HEADS studie uitkomsten ontraden bij gezonde kinderen met milde tot ernstige schedeldeformaties (ODDI t/m 113% en/ of CPI t/m 104%). Uit deze en andere studies weten we dat het herstel van deformatieve brachycephalie gunstiger is dan van deformatieve plagiocephalie, dit is ook gevonden in de HEADS studie. 

Het accent van therapie zal nu nog meer verschuiven naar het voorkomen en/of snel verminderen van deformatieve plagiocephalie. Conform de JGZ-richtlijn ‘Voorkeurshouding en schedelvervorming’ (NCJ 2012) <https://www.ncj.nl/programmalijn-kennis/landelijke-werkdocumenten/richtlijn/?item=26> , kan dit door middel van preventie door de kraamzorg en JGZ, en door vroege interventie met kinderfysiotherapie.

De kinderfysiotherapeutische interventie wordt op maat gegeven en kan bijgestuurd worden aan de hand van oa. schedelmetingen (PCM als indicator). Als leidraad wordt door de NVFK geadviseerd om reeds bij het eerste contact een eerste PCM meting te doen, als nulmeting. De kinderfysiotherapeutische interventie gebeurt in nauwe samenwerking met de ouders, waarbij de kinderfysiotherapeut volgens het bewezen protocol werkt (3). De ouders worden nadrukkelijk gemotiveerd om (toename van) scheefgroei te voorkomen. De PCM metingen worden tijdens het behandeltraject en bij het beëindigen ervan herhaald, om het beloop te monitoren en het eindresultaat te evalueren. Uit ander onderzoek binnen de HEADS studie, bleek een gunstiger resultaat van kinderfysiotherapie bij baby’s met een voorkeurshouding of schedelvervorming, wanneer deze voor de leeftijd van 3 maanden was gestart (4).

Bij kinderen met speciale aandoeningen en zeer ernstige schedelvervormingen, kan helmtherapie nog wel overwogen worden, maar dient kritisch gemonitord te worden.

Referenties

1. Van Wijk RM, van Vlimmeren LA, Groothuis-Oudshoorn CGM, Van der Ploeg CPB, IJzerman MJ, Boere-Boonekamp MM. Helmet therapy in infants with positional skull deformation: randomized controlled trial. BMJ 2014;348:g2741.

2. Brent R Collett . Helmet therapy for positional plagiocephaly and brachycephaly. Negligible treatment effects in the first randomized evaluation. BMJ 2014;348:g2906

3. van Vlimmeren LA, van der Graaf Y, Boere-Boonekamp MM, L’Hoir MP, Helders PJM, Engelbert RHH. Pediatric physical therapy is effective in reducing deformational plagiocephaly in children. A randomized controlled trial. Arch Pediatr Adolesc Med 2008;162:712-718.

4. van Wijk RM, Pelsma M, Groothuis-Oudshoorn CG, IJzerman MJ, van Vlimmeren LA, Boere-Boonekamp MM. Response to Pediatric Physical Therapy in Infants With Positional Preference and Skull Deformation. Phys. Ther. May 1 2014 [epub ahead of print].

© 2013 - 2022 Hennekes HealthCare | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel